Premieregeling

Hoe werkt de premie-en spaarloonregeling?


De premie-en spaarloonregelingen zijn door de Nederlandse overheid opgezet om met een belastingvoordeel een bedrag te kunnen sparen.

Het belastingvoordeel wordt behaald doordat de werknemer brutoloon inlegt op zijn spaarloonrekening, zodat het belastbare inkomen lager wordt; de werknemer betaalt geen inkomstenbelasting over het gedeelte van het loon dat hij inlegt op de spaarloonrekening. Het geld staat vier jaar vast, daarna mag de werknemer het geld opnemen. Het saldo op het (geblokkeerde deel van) de spaarloonrekening telt niet mee voor de vermogensrendementsheffing. Wil de werknemer het geld eerder opnemen (deblokkeren) dan is dat onder voorwaarden mogelijk.

De wettelijke deblokkeringsmogelijkheden zijn:
- voor de vrijwillige betaling van premies voor pensioenregeling en voor een levensverzekering
- voor lijfrentepremies
- voor de aankoop van een eigen woning als hoofdverblijf
- voor de aankoop van effecten

Hier is een aantal mogelijkheden bij gekomen. De extra deblokkeringsmogelijkheden zijn:
- voor het starten van een eigen onderneming;
- om een langere periode van verlof te overbruggen;
- voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning

Ook kan de Nederlandse overheid besluiten dat werknemers het saldo eerder op mogen nemen. Dat was bijvoorbeeld het geval in 2005, toen staatssecretaris Wijn in juli 2005 (vooruitlopend op goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer) goedkeurde dat het in 2001, 2002, 2003 en 2004 gespaarde saldo vanaf 1 september 2005 vrij opgenomen mocht worden.

Alleen werknemers kunnen gebruikmaken van spaarloon. De werkgever moet hier aan meewerken; heeft de werkgever geen spaarloonregeling voor zijn werknemers, dan kunnen de werknemers niet deelnemen aan het spaarloon. Als de werkgever wel een spaarloonregeling kent, dan moet deze open staan voor minimaal 75% van de werknemers of 75% van de werknemers ook daadwerkelijk meedoet is niet van belang.

Een werknemer mag niet in hetzelfde jaar zowel bij het spaarloon en bij de levensloopregeling geld inleggen; tegelijk geld opnemen mag wel. Per jaar mag maar bij één werkgever gebruik gemaakt worden van de spaarloonregeling, hoewel dit vroeger niet zo was. Toen kon per arbeidscontract een maal per jaar tot het maximumspaarbedrag gespaard worden. Het maximumspaarbedrag bedraagt in 2006 en 2007 € 613,-. Dit bedrag wordt niet jaarlijks aangepast aan de inflatie.