Belasting beleggen

Wat zijn de fiscale gevolgen voor beleggen?


In box 3 vallen de inkomsten uit sparen en beleggen, uw vermogen dus. Dit is de waarde van uw bezittingen minus de waarde van uw schulden. Bezittingen zijn onder andere spaargeld, beleggingen en waardevolle goederen. Sommige bezittingen zijn vrijgesteld of vallen in een andere box, bijvoorbeeld een eigen woning die hoofdverblijf is, en aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren. Schulden die niet zijn aangegaan voor de aankoop, het onderhoud of de verbetering van een eigen woning, zijn in het algemeen aftrekbaar van het vermogen in box 3.

Voorbeelden van bezittingen zijn:
- spaargeld;
- woningen die niet uw hoofdverblijf zijn, zoals een 2e woning of een verhuurd pand;
- aandelen en andere effecten, mits geen box 2-aandelen;
- lijfrenteverzekeringen waarvan de premie niet aftrekbaar is;
- een kapitaalverzekering die niet gekoppeld is aan de eigen woning.

Voorbeelden van schulden zijn:
- persoonlijke leningen;
- doorlopend krediet of een hypotheek die u niet gebruikt voor de eigen woning die uw hoofdverblijf is.

Voor schulden geldt een drempel. De 1e € 2.700 van de schulden zijn niet aftrekbaar van het vermogen in box 3. Voor partners geldt een drempel van € 5.400.

Heffingvrij vermogen
Voor iedereen geldt in box 3 een heffingvrij vermogen. Dit is een vast bedrag dat is vrijgesteld van belasting. Het heffingvrije vermogen bedraagt € 19.698 per belastingplichtige. Daarnaast geldt het volgende: Als uw vermogen niet hoger is dan € 19.698, dan is het helemaal belastingvrij. Als u 65 jaar of ouder bent, dan kan het heffingvrije vermogen worden verhoogd met de ouderentoeslag. Als u kinderen heeft, dan kan het heffingvrije vermogen verhoogd worden met € 2.631 per minderjarig kind. Als uw vermogen hoger is dan het heffingvrije vermogen, dan telt alleen het deel boven de vrijstelling mee voor het berekenen van de belasting in box 3.

Het vermogen dat niet onder een vrijstelling valt, is de grondslag voor de berekening van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Als u een partner heeft, kunt u het vermogen naar eigen voorkeur verdelen. Het vermogen wordt 2 keer per jaar gemeten: op 1 januari en op 31 december. Over het gemiddelde vermogen in een jaar min het heffingvrije vermogen (de zogenoemde rendementsgrondslag) wordt een vast rendement van 4% berekend: het inkomen uit het vermogen. Over dit inkomen bent u 30% belasting verschuldigd.